|
Aankondiging Symposium
“Gaat het
bij Intelligent Design om Theologie of om Natuurwetenschap?”

Vrijdag 16 december
2005, 13.00-17.00 uur
Universiteit Leiden (Lipsiusgebouw,
Witte Singel), zaal 011
Toegang is VRIJ
De Achtergronden
Aanleiding voor het
symposium
Een jaar geleden had nog
vrijwel niemand in Nederland ervan gehoord: Intelligent Design (ID). Het is
een beweging afkomstig uit de Verenigde Staten. Een stroming die enorme
controverse oproept en in de VS reeds tot rechtszaken heeft geleid. Een
stroming die vaak met creationisme wordt vergeleken of zelfs als
creationistisch wordt bestempeld.
In het voorjaar van 2005
opperde de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Maria van der
Hoeven, dat het wellicht tijd was om ook in Nederland te reflecteren op de vraag of het
leven door evolutie is ontstaan of wellicht door een onderliggend
intelligent ontwerp. De enkele opmerkingen over ID
op haar weblog riepen een storm van verontwaardigde reacties op.
Veel van die reacties
waren buitengewoon kritisch. Zo beschuldigden natuurwetenschappers
ID-aanhangers van een theologische agenda. ID zou een poging zijn van
orthodoxe christenen om het biologie-onderwijs in Nederland naar hun (creationistische)
hand te zetten. Aanhangers en sympathisanten van ID op hun beurt meenden
dat ID feitelijk niets met God of godsdienst te maken heeft, maar een
voluit natuurwetenschappelijk verklaringsmodel is.
De discussie is nog altijd
in volle gang. Maria van der Hoeven meende dat het goed was dat in het
najaar van 2005 de discussie nog verdere verdieping zou krijgen. Dit
symposium wil daar een bijdrage aan leveren. Na een tijd van relatieve
rust gedurende de zomermaanden, begint de belangstelling voor ID nu weer
toe te nemen. Meer en meer tijdschriften publiceren nieuwe artikelen
over ID, in boeken worden er hoofdstukken aan gewijd, en zelfs de KNAW
heeft aangekondigd vanaf 1 januari 2006 een hele serie lezingen en
andere bijeenkomsten te organiseren over de verhouding tussen geloof en
natuurwetenschap. Op deze pagina worden enkele van de achtergronden van
het symposium in meer detail uiteengezet.
Achtergronden van
Intelligent Design
In veel religies, en ook
in de christelijke, is één van de centrale ideeën dat deze wereld niet
door louter toeval is ontstaan. In de christelijke traditie wordt in de
zogenaamde scheppingsleer gezegd dat God de wereld geschapen heeft met
een bepaalde bedoeling. De wereld zoals die is, is dus door God zo
bedoeld. Een dergelijke visie staat in schril contrast met de
natuurwetenschappelijke idee dat alles door toevalsprocessen is
ontstaan, zonder onderliggend plan en doel. Met name Charles Darwin
wordt vaak als woordvoerder van een dergelijke toevalsvisie ten tonele
gevoerd. Er lijkt dus een sterke spanning te bestaan tussen het
christelijk scheppingsbegrip en natuurwetenschappelijke visies op het
ontstaan van het heelal en van leven.
In het huidige veld van de
interactie tussen geloof en natuurwetenschap (Engels: religion &
science) wordt gepoogd die spanning te duiden en de schijnbare
patstelling te doorbreken. Sommigen, zoals de Anglicaanse theoloog
Arthur Peacocke, menen dat God juist gebruik maakt van toevalsprocessen
om Gods doelstellingen te realiseren. Wellicht, zo oppert Peacocke, dat
juist de vrijheid van de schepping om zichzelf te ontwikkelen één van
Gods doelstellingen was. Om die vrijheid van de schepping te garanderen
heeft God als het ware een stapje terug gedaan en ruimte gelaten aan de
schepping om zich te ontwikkelen. Peacocke geeft daarmee een sterke
accentuering aan de zelfstandigheid en relatieve autonomie van de
schepping. Peacocke is een voorbeeld van een liberaal-theologische
benadering.
Er zijn echter ook andere
stemmen. Met name in Amerika is creationisme nog altijd een factor van
betekenis. Creationisten ontkennen in feite veel van de resultaten van
de moderne natuurwetenschappen en zetten er claims gegrond in een
letterlijke bijbelvisie tegenover. In Europa kijken we vaak raar tegen
Amerikaanse discussies omtrent creationisme aan, maar door naar de
Amerikaanse intellectuele en godsdienstgeschiedenis te kijken, wordt
duidelijk dat creationisme geen uitvinding is van dolgedraaide
fundamentalisten, maar dat er een heel bepaalde visie op de relatie
tussen natuurwetenschap en theologie aan ten grondslag ligt, die
teruggaat tot de zogenaamde ‘Baconiaanse synthese’ van godsdienst en
wetenschap aan het begin van de 19e eeuw.
Recentelijk is er in
Amerika nog een andere reactie gekomen op de spanning tussen het
christelijke en het natuurwetenschappelijk wereldbeeld: Intelligent
Design. Net als creationisme doet ook ID de gemoederen in Amerika
hoog oplopen. Sommige critici menen dat ID een verkapte vorm van
creationisme is. Anderen zijn van mening dat een dergelijke
categorisering niet aangaat. In ieder geval hebben de meeste
ID-aanhangers vrijwel geen problemen met de acceptatie van resultaten
van de moderne natuurwetenschappen. De ouderdom van het heelal en van de
aarde, bijvoorbeeld, worden door de meeste ID-aanhangers volledig
geaccepteerd.
Wat is ID dan wel? Veel
natuurwetenschappers menen dat het Darwinistisch-evolutionaire verklaringsschema
in staat is of zal zijn het ontstaan en de evolutie van leven voldoende te
verklaren. Aanhangers van ID betwijfelen die stelling. Zij menen dat het
Darwinistische schema haar langste tijd gehad heeft en dat het tijd is
dit te vervangen door een alternatief. Sommige systemen, zo is de claim
van ID,
zijn zodanig complex (onherleidbaar complex), dat er een ontwerp
aan ten grondslag moet liggen. Bovendien kunnen dergelijke systemen niet
door evolutie, dus geleidelijk, zijn ontstaan, maar moeten in één keer
tot stand zijn gekomen. In dat geval moet er een Ontwerper aan
dergelijke systemen
ten grondslag liggen.
Andere Amerikaanse ID-aanhangers gaan
een stap
verder. Zij claimen dat het zogenaamde methodologisch naturalisme
(dat stelt dat verklaringen voor natuurlijke gebeurtenissen zonder beroep
op bovennatuurlijke oorzaken geformuleerd moeten worden; soms ook wel
methodologisch atheïsme genoemd), voor wetenschappers werkt als een blinde
vlek. De vooronderstellingen van het methodologisch naturalisme komen via de
acceptatie van wetenschappelijke theorieën in de samenleving terecht,
waar het tot een metafysisch naturalisme wordt - een wereldbeeld
wat volgens sommigen ten grondslag ligt aan de verloedering van de
Westerse samenleving.
In Nederland gaan de
meeste sympathisanten en aanhangers van ID niet zover. De meeste
Nederlandse ID-aanhangers en sympathisanten ontkennen evolutie niet,
maar wijzen erop dat biologen eigenlijk open kaart zouden moeten spelen.
Zij wijzen erop dat het Darwiniaanse verklaringsschema nog veel vragen
openlaat, zoveel vragen zelfs, dat de vraag reëel is of het Darwiniaanse
schema ooit in staat zal zijn die biologische theory of everything
te zijn, die sommige natuurwetenschappers ervan maken. Als die
beperking van de Darwiniaanse theorie wordt geaccepteerd, zo menen zij,
dan kan de hypothese van een intelligente ontwerper een mogelijke
wetenschappelijke verklaring vormen voor bepaalde complexe systemen. ID
zou derhalve mogelijkerwijs een wetenschappelijk alternatief voor het
Darwiniaanse schema kunnen vormen. ID is dus geen metafysica en vooral geen theologie.
Maar, zoals gezegd, niet iedereen is daarvan overtuigd.
Sommige
kritische wetenschappers zijn de stellige mening toegedaan dat ID niet tot de natuurwetenschappen
behoort, maar tot de theologie. In dat geval dat is het wel opmerkelijk
dat, gezien de reacties tot nu toe,
er maar weinig theologen zijn die zich in dit debat mengen. Het lijkt
erop dat juist de
natuurwetenschappelijke claims van ID-aanhangers theologen
doen terugschrikken. Vooral in Amerikaanse boeken over ID gaat het vaak
om zeer gedetailleerde analyses van biologische systemen – en wat hebben
theologen hier dan mee te maken? Gaat het bij ID eigenlijk wel om
theologie en niet veeleer om natuurwetenschap?
Het thema toegelicht
Vanuit
The Netherlands School for Advanced Studies in
Theology and Religion
(NOSTER) kwam derhalve het
initiatief om in samenwerking met de Faculteit Godgeleerdheid van de
Universiteit Leiden een symposium te organiseren over de verhouding tussen ID,
natuurwetenschap en theologie. Tijdens dit symposium staat de vraag
centraal:
Gaat het bij Intelligent Design om Theologie of
Natuurwetenschap?
De bedoeling van het symposium is
kritische reflectie op het ‘fenomeen ID’, om zo
bij te dragen tot een verheldering van een aantal centrale issues en
knelpunten in de
discussie. Vragen die tijdens het symposium een centrale rol zullen spelen zijn bijvoorbeeld:
-
Wat is de aard van
theologie, mede in relatie tot andere wetenschappen zoals biologie?
-
Doen gelovigen en
theologen natuurwetenschappelijke claims? Wat is de status van
religieuze taal in verhouding tot natuurwetenschappelijk
taalgebruik?
-
Speelt God een rol in
ID en zo ja, welke? Over wat voor godsconcepten hebben we het dan?
-
Zouden we niet liever
biologie aan de biologen overlaten? Hoe worden problemen met de
evolutietheorie binnen de biologie zelf aangepakt?
-
Gaat het bij ID om
natuurwetenschap of metafysica?
Deze vragen kunnen in kort bestek worden
toegelicht:
Theologie (ook wel godgeleerdheid
genoemd) is een studierichting aan de universiteit. Die status
is al vaak aangevochten. Theologie zou geen echte wetenschap zijn, zo menen
sommigen. Anderen menen dat het na Kuhn helemaal niet duidelijk
meer is wat ‘wetenschap’ is, zodat je een dergelijke negatieve claim
over de status van theologie maar beter
achterwege kunt laten. Niettemin blijft de vraag relevant: Wat is de
wetenschappelijke status van theologie, en hoe verhoudt zich die tot andere wetenschappen? Wat is de reden om theologie een
plaats aan de universiteit te geven? Hoe verhoudt theologie zich tot
natuurwetenschappen?
Wanneer een gelovige de belijdenis
uitspreekt “Ik geloof in God, de Vader, Schepper van hemel en aarde…”
doet zij dan een uitspraak over de werkelijkheid? Zo ja, wat is dan de
status van die uitspraak? Gaat het dan om een verklaring? Of krijgt het
woordje ‘God’ door het
gebruik ervan binnen een religieus discours op een
andere betekenis? Is spreken over God als Schepper een verklaringsmodel,
vergelijkbaar met een natuurwetenschappelijke verklaring?
Vooral in Amerikaanse discussies
worden de claims van ID-aanhangers vaak verbonden aan ideeën over God.
Hoe zit dit? Kunnen we dan nog spreken over een natuurwetenschappelijke
theorie of hypothese? Functioneert het woordje ‘God’ binnen een
natuurwetenschappelijk discours? Stel dat bepaalde systemen duiden op
een ontwerper, kunnen we die ontwerper dan identificeren met God? Kan
uitgesloten worden dat leven via elders op aarde zijn gekomen? En zo ja,
duidt dit dan nog op de aanwezigheid van een ontwerper? Kan
een ontwerper afgeleid uit de natuur zonder voorbehoud geïdentificeerd worden met de God
van het christendom, of kunnen we slechts concluderen tot een binnenwereldlijke ontwerper?
Sommige wetenschappers zijn van mening dat ID een
poging is van fundamentalistische theologen om invloed uit te oefenen op biologische discussies
en zo hun religieuze agenda door te drukken. Is
er bij ID daadwerkelijk sprake van een dergelijke grensoverschrijding? Wellicht dat
het beter is om biologie aan biologen over te laten? Wat is eigenlijk de
status van de Darwiniaanse evolutietheorie onder biologen? Hoe worden
problemen met de evolutietheorie in de biologie zelf
aangepakt? Worden die problemen – zoals enkele Amerikaanse ID-aanhangers
menen – opzettelijk verzwegen of zelfs in de doofpot gestopt? Of is er
wellicht van veel minder consensus sprake in de biologie dan vaak wordt
gedacht? Wat voor visie op wetenschap speelt er eigenlijk bij ID?
Hoewel ID-aanhangers menen dat ID
een wetenschappelijk onderzoeksprogramma is, wordt daaraan getwijfeld. Met
name Amerikaanse ID-aanhangers als William Dembski and Nancy Pearcey menen dat niet zozeer
natuurwetenschap het probleem is, maar de metafysische onderlaag van de
wetenschap: het methodologisch naturalisme wat de basis zou vormen voor het
metafysisch naturalisme in de Westerse samenleving. Gaat het in dat
geval wel om een discussie omtrent wetenschap? Of gaat het om theologie?
Of moeten we zeggen dat we hier in een metafysisch discours zijn beland?
Deelnemers
Tijdens deze middag gaan een
drietal theologen, een wiskundige en een bioloog met elkaar en met het
publiek in debat over de vraag of Intelligent Design tot theologie
behoort of een
natuurwetenschappelijke status zou moeten krijgen:
-
Dr. Gijsbert v.d.
Brink (theoloog; UL, ThWI)
-
Prof. Willem B. Drees
(godsdienstfilosoof; UL)
-
Prof. Edmund
Gittenberger (bioloog; UL, Naturalis)
-
Prof. Ronald Meester
(wiskundige; VU)
-
Prof. Palmyre Oomen
(theologe en biologe; Heyendaal Instituut, Radboud Universiteit
Nijmegen, TU Eindhoven)
De middag zal worden ingeleid en
voorgezeten door Dr. Taede A. Smedes, theoloog en godsdienstfilosoof aan de
Universiteit Leiden. Drees, Meester en Gittenberger
zullen met name ingaan op de godsdienstwijsgerige en wetenschappelijke
(inclusief wetenschapsfilosofische) aspecten van ID in relatie tot de
theologie. Van den Brink en Oomen zullen vooral de theologische aspecten
van ID belichten.
Voor wie is het symposium
bestemd?
Het symposium is bestemd voor
theologen, (wetenschaps)filosofen, natuurwetenschappers en andere
belangstellenden. De middag zal plaatsvinden in het Lipsiusgebouw aan de
Witte Singel te Leiden (tegenover de UB), in zaal zaal 011. Een
routebeschrijving is te vinden op de website van de Universiteit Leiden:
http://www.letteren.leidenuniv.nl/index.php3?m=12&c=239.
De toegang is vrij. Opgeven is niet nodig, maar mag wel
(bijvoorbeeld per e-mail: t.a.smedes[at]let.leidenuniv.nl), ook om een
indicatie te krijgen van de belangstelling voor het symposium.
Programma
Gewijzigd 12-12-2005
13.00-13.15 Welkom + inleiding
Dr. T.A. Smedes
13.15-14.15 Is ID
theologie?
Dr. G. van den Brink (13.15-13.35) (Wat heeft ID met theologie te maken?)
Prof. P.M.F. Oomen (13.35-13.55) (Is ID de brug tussen geloof en natuurwetenschap?)
13.55-14.15 Discussie over de
bijdragen van Van den Brink en Oomen
14.15–14.45 Pauze
14.45-16.15 Is ID
natuurwetenschap?
Prof. R. Meester
(14.45-15.05)
(over ID als natuurwetenschappelijk programma)
Prof. W.B. Drees
(15.05-15.25)
(over niet-wetenschappelijke aspecten van ID)
Prof. E. Gittenberger
(15.25-15.45)
(over evolutionaire verklaringen en problemen daarmee; is ID
overbodig?)
15.45-16.15 Discussie over de
bijdragen van Meester, Drees en Gittenberger
16.15-17.00 Plenaire discussie
Beknopte Literatuurlijst
Nederlands:
-
A. van de Beek, Toeval of
schepping? Scheppingstheologie in de context van het moderne denken.
Kampen: Kok 2005.
-
E. Borgman, “Intelligent
ontwerp of prachtig toeval? Weerbarstige wetenschap als vindplaats
van theologische vragen”, Tijdschrift voor Theologie 45: 3
(2005), 229-239.
-
C. Dekker, R. Meester, R. van
Woudenberg (red.), Schitterend ongeluk of sporen van ontwerp?
Over toeval en doelgerichtheid in de evolutie. Kampen: Ten Have
2005.
-
G.D.J. Dingemans & P.G. Smelik,
Deze wereld en God: Modern wereldbeeld en christelijk geloof.
Kampen: Kok 2005.
-
R. Meester, Het Pseudoniem
van God: Een wiskundige over geloof, wetenschap en toeval. Baarn:
Ten Have 2003.
-
T.A. Smedes, “’Intelligent
Design’: Is het Wetenschap of Theologie? Achtergronden van een
groeiende controverse”, Nederlands Theologisch Tijdschrift 59
(april 2005), 106-123.
-
R. van Woudenberg, Toeval en
ontwerp in de wereld: Apologetische essays. Budel: Damon 2003.
Engelse sleutelteksten:
-
M.J. Behe, Darwin’s
Black Box: The Biochemical Challenge to Evolution. New York: The Free Press
1996.
-
W.A. Dembski, No Free
Lunch: Why Specified Complexity Cannot Be Purchased without Intelligence.
Lanham: Rowman & Littlefield 2002.
-
W.A. Dembski,
Intelligent Design: The Bridge Between Science & Theology. Downers Grove:
InterVarsity Press 1999.
-
W.A. Dembski, M. Ruse
(eds.), Debating Design: From Darwin to DNA. Cambridge: Cambridge
University Press 2004.
-
B. Forrest & P.R. Gross,
Creationism’s Trojan Horse: The Wedge of Intelligent Design. Oxford:
Oxford University Press 2004.
-
M. Perakh,
Unintelligent Design. Amherst: Prometheus Books 2004.
-
N. Shanks, God, the
Devil and Darwin: A Critique of Intelligent Design Theory. Oxford: Oxford
University Press 2004.
-
T. Woodward, Doubts
about Darwin: A History of Intelligent Design. Grand Rapids: Baker Books
2003.
Recente links:
|